fbpx

Is het nu karafferen of decanteren?

Prachtig toch, de wijn die aan tafel wordt gebracht in een mooie elegante karaf. Het voegt meteen een extra dimensie toe aan de wijnbeleving. Maar wat is nu het precieze nut ervan? En waarom gieten we niet elke wijn in een karaf?

De vorm bepaalt het doel

Karaffen bestaan in verschillende maten en gewichten. Het type karaf bepaalt het doel. Het is dus niet erg verstandig om zomaar om het even welke karaf te gebruiken.

Wanneer we de wijn extra zuurstof willen geven, gieten we hem over in een karaf met een brede buik. Dit heet karafferen. Als we de wijn willen ontdoen van enig bezinksel, dan maken we gebruik van een karaf met een lange smalle hals. We spreken van decanteren.

Karaftypes

Verschillende karaftypes – bron: Winefolly.com

Karafferen

Je kan zowel witte als rode wijn karafferen. Doorgaans zien we dat krachtige jeugdige rode wijnen er meer baat bij hebben. Door een gebrek aan zuurstof kunnen ze hard en wat gesloten overkomen. Rechtstreeks in het glas zorgt de tannine voor een samentrekkend mondgevoel in combinatie met de scherpe, nog jeugdige fruitzuren. Dit komt omdat de wijn nog niet versmolten is tot één geheel. Door de wijn over te gieten in een brede karaf geef je hem een grote hoeveelheid zuurstof zodat de aroma’s beter tot ontwikkeling komen en de wijn soepeler wordt. In vaktermen heet dit ook aëreren.

Ook iets oudere rode wijnen kunnen voordeel halen door ze te karafferen. Met heel oude wijnen moet je echter wel op letten. Deze zijn soms zo delicaat dat ze door een teveel aan zuurstof kunnen kapot gaan.

Wijn karafferen

Door de wijn over te gieten in een brede karaf geef je hem een grote hoeveelheid zuurstof zodat de aroma’s beter tot ontwikkeling komen en de wijn soepeler wordt. In vaktermen heet dit ook aëreren.

Ook iets oudere rode wijnen kunnen voordeel halen door ze te karafferen. Met heel oude wijnen moet je echter wel op letten. Deze zijn soms zo delicaat dat ze door een teveel aan zuurstof kunnen kapot gaan.

Karafferen bij jonge wijnen heeft als doel zuurstof toe te voegen. Hierdoor boots je het effect na van de veroudering door zuurstof (oxidatie). Dit zorgt ervoor dat de wijn zich zal openen en aangenamer wordt.

Decanteren

Wanneer we de wijn over gieten in een karaf (‘decanter’) om het bezinksel te verwijderen spreken we van decanteren. Het bezinksel in de in de fles bevat o.m. gistresten, wijnkristallen, wijnsteenzuur, kleurstoffen en tannine. Het smaakt bitter en zanderig en is dus niet erg aangenaam om op te drinken.

Decanteren gebeurt in een ander type karaf, een met een langere en smallere bodem zodat we de wijn bij het overgieten niet al te veel zuurstof geven. Oudere wijnen zijn door bewaring delicaat en minder stabiel dan jongere exemplaren. Een teveel aan zuurstof zou ervoor kunnen zorgen dat de wijn kapot gaat door oxidatie.

Wijn decanteren

Oude wijnen, oude port en madeira hebben vaak bezinksel. Om het bezinksel van de wijn te scheiden kan je hem decanteren. Door de smalle opening van de karaf komt er slechts een kleine hoeveelheid zuurstof bij de wijn.

Welke wijnen giet je over?

Om te weten of je de wijn al dan niet overgiet is er slechts een regel: bezint eer ge begint! Proef de wijn altijd voor en beslis pas daarna. Vind je dat hij te gesloten is, karaffeer hem dan gerust. Enkele bemerkingen: wijnen die al op dronk zijn kunnen door de extra zuurstofbehandeling naar de vaantjes geholpen worden. Topwijnen van zes à acht jaar bewaren nog een hele poos en kunnen er tegen.  Oude vintages daarentegen kunnen door beluchting dan weer een nekschot krijgen.

 

Onze tips:

  1. Proef altijd eerst de wijn voor. Als je de aroma’s al goed ruikt, dan hoef je geen karaf te gebruiken. Kom de wijn eerder gesloten over, dan gaan we hem overgieten.
  2. Voor jonge en krachtige wijnen gebruiken we een brede karaf met een ‘dikke buik’.
  3. Eventueel kan je gebruik maken van een ‘oxygenator’ om het zuurstofeffect te vergroten.
  4. Erg gesloten wijnen karaffeer je best al enkele uren op voorhand.
  5. Bij oude wijnen met veel bezinksel gebruik je een smalle karaf zodat de wijn niet te veel zuurstof opneemt. Zet de oude wijn de dag voordien rechtop in een koele plaats zodat het bezinksel naar de de bodem van de fles zakt. Open de fles zeer voorzichtig zodat je bezinksel niet opnieuw omwoelt. Ook de kurk kan fragiel zijn, hiervoor gebruik je best een ander soort flesopener.
Wijn inschenken